Sommige familiebedrijven evolueren met de tijd, andere bewaren een traditie die generaties overleeft. Garage Descamps doet beide. Wat in 1950 begon als een kleine dorpsgarage, groeide bij liefhebbers uit tot een vertrouwd adres voor klassieke Britse wagens. MG, Triumph, Austin-Healey, vroege MINI’s, Jaguar: de Britse lijn loopt als een rode draad door hun volledige geschiedenis.
Die geschiedenis is vandaag tastbaar in West-Vlaanderen, waar het atelier van Carl Braem nog altijd de sfeer ademt van mechaniek, patina en pure liefde voor Britse engineering. De redactie van This is British sprak met hem over 75 jaar Britse autogeschiedenis, Belgisch vakmanschap en de cultuur rond oldtimers die zijn dagelijkse werk bepaalt.


Van Morris tot Rover: hoe een Belgische garage Brits werd
De band tussen Garage Descamps en Groot-Brittannië gaat terug tot de jaren vijftig. Oprichter Michel Descamps werd dealer van Morris en MG, op het moment dat de British Motor Corporation zijn merken consolideerde. Later volgden British Leyland en Austin Rover. Terwijl de automarkt veranderde, bleef de familie steevast bij haar Britse merken.
Toen Rover Group in 2005 definitief stopte, betekende dat voor veel dealers het einde van hun Britse periode. Bij Descamps gebeurde het tegenovergestelde. Door de opgebouwde expertise in klassieke Britse techniek werd de garage spontaan een toevluchtsoord voor liefhebbers die nergens anders meer terechtkonden. Van overal in België — en steeds vaker ook van daarbuiten — vonden eigenaars van Britse klassiekers hun weg naar Carl.
“Het was een natuurlijke beweging,” vertelt hij. “Onze kennis zat bij die wagens, en net die wagens hadden langzaamaan geen officieel thuis meer. Toen de oldtimerpassie in België echt ontplofte, waren wij er nog.”
Vandaag werkt de garage volledig op oldtimers, met een duidelijke focus op Britse iconen. Het atelier is tegelijk werkplaats, tijdscapsule en plek van ontmoetingen tussen mensen die dezelfde liefde delen voor Britse mechaniek.


Vakmanschap in rechte lijn doorgegeven
De knowhow van Garage Descamps is nooit verwaterd, omdat ze rechtstreeks van oprichter Michel naar zijn kleinzoon Carl is doorgegeven. Tussen generaties in werd altijd meegewerkt, maar het is Carl die de zaak voortzet en koestert.
Hij runt de werkplaats bewust alleen, met af en toe hulp op een vaste dag per week. “Deze wagens vragen geen massaproductie,” zegt hij. “Ze vragen aandacht, rust en precisie. Elke MG B, elke MINI, elke Healey heeft een eigen karakter. Dat leer je niet uit een handleiding.”
Die manier van werken trekt een trouw én divers publiek aan. Sommigen rijden al dertig jaar met dezelfde klassieker en komen terug voor elke mijlsteen. Anderen zetten na hun eerste MG of Triumph de stap naar een Healey of E-Type. De stroom blijft constant, en de passie blijft dezelfde.


Een MINI voor de camera: hoe een restauratie proces televisie werd
De naam Descamps bereikte een nieuw publiek toen Carl betrokken werd bij een restauratieproject voor Dobbit TV. Anglo Parts, de onderdelenleverancier, vroeg hem zijn expertise te delen voor een reeks rond de volledige restauratie van een MINI Cooper S uit 1964.
Wat volgde, werd iconisch voor lokale oldtimerliefhebbers: 43 afleveringen, opgenomen op dinsdagen, waarin stap voor stap werd getoond hoe je een Britse klassieker weer in topvorm krijgt. Van het koetswerk tot de technische afstellingen — de serie bood een ongeziene blik op pure ambacht.
“De cameraman had geen technische achtergrond,” aldus Carl. “Dat was mijn graadmeter. Als híj het begreep, wist ik dat de kijkers mee waren. Het ging niet om tonen wat ik kan, maar om tonen waarom mensen van die wagens houden.”
Voor Carl bevestigde het programma vooral hoe waardevol traditioneel vakmanschap is. In tegenstelling tot moderne autotechniek, waar modules worden vervangen, draait een oldtimeratelier om kennis, inzicht en het vermogen om mechaniek te begrijpen. “Vandaag bestaan er nog amper garage-opleidingen zoals vroeger. Maar de liefde voor oude Britse wagens verdwijnt niet.”
Anglo Parts: de stille maar cruciale partner achter de schermen
Wat veel kijkers niet wisten: de restauratiereeks op Dobbit TV was ook het resultaat van een nauwe samenwerking tussen Garage Descamps en Anglo Parts.
Anglo Parts was de vaste partner van het programma en leverde alle onderdelen die nodig waren om de MINI Cooper S tot in het kleinste detail correct te restaureren. Bovendien kende Anglo Parts zowel Carl als zijn atelier al jarenlang en was het bedrijf degene dat Garage Descamps actief benaderde om aan het televisieproject deel te nemen.
Ook de hoofdrolspeler van de reeks — de MINI Cooper S uit 1964 — kwam via Anglo Parts in beeld. De wagen is eigendom van één van de mede-eigenaars van het bedrijf, en werd speciaal voor de serie ingezet.
Die samenwerking gaf het programma niet alleen technische geloofwaardigheid, maar ook een authentieke Britse link die perfect aansluit bij het DNA van zowel Garage Descamps als Anglo Parts.
In het atelier: MINI’s, MG’s en het tijdloze ritme van Britse klassiekers
Hoewel restauraties bij het grote publiek het meest tot de verbeelding spreken, draait het dagelijkse werk vooral rond onderhoud en technische herstellingen. Carl bereidt wagens voor op keuring, reviseert remsystemen, stelt motoren af en brengt koppelingen opnieuw tot leven.
De grote, volledige restauraties neemt hij minder vaak aan — die vragen maanden, soms jaren. Zijn eigen vrije tijd gaat vooral naar MINI-projecten. “Dat blijft mijn grootste passie,” geeft hij toe.
Momenteel ligt er een Austin-Healey op hem te wachten, al gaat die vooruit “wanneer er eens tijd over is — al doet Carl hier geen laswerk aan: hij neemt uitsluitend de mechaniek, het demonteren en monteren voor zijn rekening.” Een zin die zoveel zegt over hoe een klassiekeratelier werkt: met liefde, maar nooit gehaast.
Ondertussen groeit de vraag. Nieuwe klanten komen wekelijks langs, zonder dat de garage ook maar één advertentie nodig heeft. “De oldtimerwereld leeft,” zegt Carl. “Liefhebbers evolueren. Ze ontdekken nieuwe modellen, proberen andere iconen uit en zo blijft de belangstelling voor Britse techniek vanzelf groeien.”


MINI’s van 1959 tot 2000: een zeldzame continuïteit
Een van de meest opmerkelijke feiten over Garage Descamps is hun geschiedenis met MINI. Van de eerste klassieke MINI uit 1959 tot het einde van de productie in 2000 waren ze onafgebroken betrokken bij verkoop, service en onderhoud.
Weinig garages in Europa kunnen dat zeggen. Het is een stukje merkentrouw dat vandaag bijna niet meer bestaat — en precies die authenticiteit maakt Descamps zo bijzonder binnen de Britse oldtimerwereld.


Opvolging en toekomst: het verhaal blijft open
Of er een derde generatie komt, is nog niet zeker. Carls zoon werkt niet in de garage, maar in de carrosserie-afdeling van een BMW/MINI-garage in Ieper. Hij blijft wel een grote liefhebber van het werk dat Carl doet. En dat hoeft ook niet, zegt Carl. “Wat voor mij telt, is dat de geschiedenis van deze plaats bewaard blijft. Of dat nu binnen de familie gebeurt of niet.”
Zolang hij zelf kan werken, blijft het atelier draaien. Met dezelfde liefde, dezelfde precisie en dezelfde toewijding aan Britse techniek. Voor Carl gaat het om het herstellen van de ziel van elke klassieker die binnen rijdt.







