Rolls-Royce viert de honderdjarige aanwezigheid van de Phantom in de kunstwereld
De connectie van Phantom met toonaangevende kunstenaars en hoe de wagen zelf kunst werd
Kunst voor elke Phantom: Charles Sykes en de Spirit of Ecstasy mascotte
“Al 100 jaar beweegt de Rolls-Royce Phantom zich in dezelfde kringen als ’s werelds grootste kunstenaars. Als symbool van zelfexpressie figureerde de Phantom vaak in artistiek betekenisvolle momenten – veel daarvan vormden hoogtepunten van het afgelopen decennium. Nu we de honderdste verjaardag van de Phantom vieren, is het het perfecte moment om stil te staan bij deze intrigerende erfenis en de artistieke persoonlijkheden die meeschreven aan zijn verhaal.”
– Chris Brownridge, Chief Executive, Rolls-Royce Motor Cars
Sinds haar oprichting wordt Rolls-Royce geassocieerd met enkele van de grootste namen in de hedendaagse kunst. Grootheden als Salvador Dalí, Andy Warhol, Henri Matisse, Pablo Picasso, Christian ‘Bébé’ Bérard en Cecil Beaton reisden allen per Rolls-Royce. Dame Laura Knight – de eerste vrouw die volledig lid werd van de Royal Academy of Arts – gebruikte zelfs een Rolls-Royce als mobiel atelier, van waaruit ze schilderde op renbanen zoals Epsom en Ascot. Ook invloedrijke verzamelaars als Jacquelyn de Rothschild, Peggy Guggenheim en Nelson Rockefeller voelden zich aangetrokken tot het merk.
Toch is het vooral de Phantom – het vlaggenschip van het merk dat in 2025 zijn eeuwfeest viert – die het sterkst met de kunstwereld verbonden is. Over acht generaties en 100 jaar werd deze wagen bezit van enkele van de beroemdste creatieve geesten uit de moderne geschiedenis. De Phantom werd zelfs tentoongesteld als kunstwerk op zich, in gerenommeerde instellingen zoals de Saatchi Gallery in Londen en het Smithsonian Design Museum in New York, maar ook in talloze onafhankelijke galerijen en expositieruimtes.
Deze blijvende band tussen Phantom en de kunstwereld weerspiegelt een lange traditie van creatieve uitwisseling. Door de jaren heen wist de Phantom de verbeelding van de meest visionaire kunstenaars te prikkelen, wat leidde tot ontmoetingen die zowel onverwacht als onvergetelijk zijn.
Salvador Dalí, de bloemkool en de bevroren Phantom
Een naam als Salvador Domingo Felipe Jacinto Dalí i Domènech, markies van Dalí van Púbol, zal altijd opvallen. Maar de Spaanse kunstenaar die wereldwijd bekend werd als Salvador Dalí deed er alles aan om in het middelpunt van de aandacht te staan. Nadat hij de kunstwereld had geschokt met surrealistische beelden van nachtmerrielandschappen, fabeldieren, suggestieve voedingswaren en smeltende klokken, wilde hij zijn extravagantie en excentriciteit ook buiten het canvas brengen.
In de winter van 1955 werd Dalí uitgenodigd voor een lezing aan de universiteit van de Sorbonne in Parijs. Hij greep het moment aan om kunstgeschiedenis te schrijven: hij leende de zwart-gele Phantom van een vriend en vulde deze met 500 kilo bloemkolen.
Na een wilde rit door Parijs arriveerde Dalí met zijn met kolen gevulde Phantom aan de universiteit. Hij gooide de deuren open en liet de bloemkolen over het koude winterse plein stromen. Of de 2.000 toehoorders zich de lezing over de ‘Fenomenologische aspecten van de paranoïde kritische methode’ herinneren, valt te betwijfelen – zijn aankomst daarentegen werd legendarisch.
Ter ere van dit glorieuze en absurde moment heeft Rolls-Royce een hedendaagse kunstenaar gevraagd een origineel kunstwerk te maken, geïnspireerd op Dalí’s bloemkoolmoment met de Phantom.
Het was niet de enige keer dat Dalí de Phantom vereeuwigde. Voor een geïllustreerd boek uit 1934, Les Chants de Maldoror (De Zangen van Maldoror), maakte hij een surrealistische interpretatie van de wagen. In het werk staat de Phantom in een verlaten, ijzige vlakte – elegant en onheilspellend, een typisch Dalíaans contrast van weelde en absurdisme.

Andy Warhol en meer dan 15 minuten roem
Dalí bracht elk najaar en elke winter door in New York, waar hij verbleef in een suite van het St. Regis Hotel in Manhattan. Daar ontmoette hij in 1965 een jonge beeldend kunstenaar: Andy Warhol. Het moment werd vastgelegd door de Britse fotograaf David McCabe, die later zei: “Dalí maakte er theater van. Andy was doodsbang.”
Warhol werd door velen gezien als Dalí’s natuurlijke opvolger en groeide uit tot een van de invloedrijkste kunstenaars van de 20ste eeuw. In tegenstelling tot zijn mentor bezat Warhol ook echt een Phantom: een model uit 1937 dat rond 1947 was omgebouwd tot shooting brake. In 1972 ontdekte hij het samen met zijn agent Bruno Bischofberger in een antiekwinkel in Zürich. Warhol kocht de wagen meteen en liet hem verschepen naar New York. Hij hield hem tot 1978, waarna hij hem verkocht aan zijn vriend en manager Fred Hughes.
Als eerbetoon aan de blijvende impact van de Pop Art heeft Rolls-Royce een hedendaagse kunstenaar gevraagd de Phantom opnieuw vorm te geven in de stijl die deze kunststroming van Studio 54 naar het culturele hoofdkwartier bracht.

Een kunstwerk voor elke Phantom: Charles Sykes en de Spirit of Ecstasy
De traditie van samenwerking met invloedrijke kunstenaars begon al vroeg in de geschiedenis van Rolls-Royce, toen een kunstenaar de meest iconische mascotte van het merk vormgaf.
Sinds 1911 worden Rolls-Royce wagens gesierd door het beroemdste mascottebeeldje ter wereld: de Spirit of Ecstasy. Deze gracieuze figuur werd ontworpen door de getalenteerde kunstenaar Charles Robinson Sykes.
Na een beurs aan het Royal College of Art in Londen werd Sykes in 1902 ingehuurd door John Douglas-Scott-Montagu, 2de Baron Montagu of Beaulieu, om illustraties te maken voor zijn tijdschrift The Car Illustrated. Later vroeg Montagu hem een reeks schilderijen te maken van zijn Rolls-Royce Silver Ghosts. Deze trokken de aandacht van Claude ‘CJ’ Johnson, de eerste commercieel directeur van Rolls-Royce. Johnson gaf Sykes de opdracht zes schilderijen te maken voor de catalogus van 1910–11, met Rolls-Royces in scènes zoals een opera, golfbaan of zalmbeek.
Kort daarna – ondanks de tegenzin van Sir Henry Royce – besloot Johnson dat Rolls-Royce een officiële mascotte nodig had. Hij vroeg Sykes een beeldje te creëren, geïnspireerd op het Griekse standbeeld De Gevleugelde Overwinning van Samothrake, dat Johnson had bewonderd in het Louvre. Sykes gaf er een luchtiger draai aan en beeldde iets uit dat hij ervoer tijdens een rit in een Rolls-Royce: zelfs een fee zou op de motorkap kunnen zitten zonder haar evenwicht te verliezen.
CJ Johnson was in zijn nopjes en benoemde Sykes in 1911 tot exclusief leverancier. Tot Rolls-Royce de productie in eigen handen nam in 1948, werden alle Spirit of Ecstasy’s onder Sykes’ toezicht gemaakt – met zijn dochter Jo als opvolger vanaf 1928. Elke Phantom bezat dus mogelijk een originele Sykes.
Hoewel hij vooral bekend is door zijn werk voor Rolls-Royce, had Sykes een succesvolle carrière als kunstenaar. Zijn werk maakt nog steeds deel uit van collecties van o.a. het British Museum en het V&A in Londen.
Phantom: een canvas en een katalysator
Nu de Phantom zijn tweede eeuw ingaat, is zijn artistieke nalatenschap relevanter dan ooit. Voor kunstenaars en verzamelaars blijft hij zowel canvas als katalysator – een platform voor persoonlijke, tijdloze en doordachte expressie.







